TOUR COUNTDOWN
  • 00

    Dagen

  • :
  • 00

    Uren

  • :
  • 00

    Min

  • :
  • 00

    Sec

Veel gesprekken gevoerd

Ome Joop's Tour de Frats 1970

In de loop van zo’n pak weg  20 tours heeft  Joop Legerstee veel gesprekken  gevoerd met  allerlei  jongens. Velen van hen zijn reeds vader van gezinnen en zij schrijven de Arnhemmer nog wel eens. Velen van hen zijn in allerlei functies terechtgekomen waarvan zij in hun jeugd droomden en waarover zij spraken met de tourleider. ‘s Avonds maakt de tourleider voor het slapen gaan een rondgang langs de bedden. Praat dan wat met de jongens om de stemming  te peilen Soms na zo’n rondgang gaat hij dan terug naar een jongen met wie hij dan een langdurig fluistergesprek heeft en terwijl de anderen in slaap vallen vinden er soms de volgende gesprekken plaats.

Ik kan niet in slaap komen hier in de tour, want ik praat altijd tegen de plaatjes op de slaapkamerwand thuis. Wat zijn dat voor plaatjes? Van dieren. Wat zeg je dan tegen die dieren ? Van alles. Noem es wat. Over alles in de wereld .Ik zeg als ik president van het land word dat ik dan het jagen verbied. En antwoorden dan de dieren jou als je dat zegt ? Niet echt natuurlijk maar ze doen het wel, ze zeggen dat ze het fijn vinden op mijn kamer. Vind jij het ook fijn op je kamer.  Ja . Waarom? Omdat die dieren er zijn. Heb je een hond of een ander dier thuis ? Nee dat wil vader niet, hij zegt dat ze de spullen bevuilen. Maar dan kun je toch naar de dierentuin gaan en daar met echte dieren praten. Nee ik praat het liefst tegen die plaatjes thuis, want van hen ben ik de baas.

De volgende avond had de jongen weer een gesprek met Ome Joop. De tourleider had bij de jongen thuis een plaatje van de wand laten halen van een hert. Zeg,  ken je dit dier? Ja, Het is jouw hert, het miste jou heel erg en komt je nu opzoeken in de tour. Van mij mag hij mee, van jou ook ? Nou graag . Wel ik ga maar weer want je zult het hert wel heel wat te vertellen hebben. Houdt u ook van dieren, Ome Joop ? Ja. En ik vind de tour fijn. De jongen is nu ingenieur en woont nu in Oosterbeek. In zijn huis loopt een hondje rond dat hij op straat heeft gevonden en een prachtige voliére vult bijna de gehele tuin achter zijn bungalow.

Een andere deelnemer, Frans een knaapje van tien jaar had bijna geen bagage bij zich, zijn kleren waren tot op de draad toe versleten. Zijn fiets was om de haverklap te vinden hij de tourmonteur die al een nieuwe ketting, remnaaf en banden gemonteerd had. Frans zelf stond hoog in het puntenklassement en vormde een bedreiging voor de huidige wielrenners Erik Breukink en Jeroen Blijlevens, die om beurten in de  “Tour de France” in de gele trui reden. Op de laatste dag stond Frans op de vierde plaats. Hij had de gehele week gegeten als een weerwolf, want als je een nieuw bord eten haalde dan kreeg je ook weer extra vlees.

De laatste dag kwam er een man geheel in het leer gestoken op een pracht van een brommer  naast de tour rijden. De man bleek Frans zijn vader te zijn. Hij wilde de tourleider spreken. “Mijn zoon staat er goed voor he” ? Ja, in de wedstrijd wel. “Wat krijgt ie als hij vierde blijft” ? Waarschijnlijk een schooltas. “Wat “???? Denken jullie dat ik die jongen zich kapot laat fietsen voor zo’n rot prijsje? De prijzen zijn niet belangrijk, hij heeft een leuke week gehad. Hij heeft veel nieuw materiaal op zijn fiets gekregen. Nou en? Daar fietst die jongen toch voor hé, als hij bij een baas komt moet die toch ook zorgen voor nieuw  materiaal of  niet soms?

Frans had een bar slechte fiets bij zich. Geven jullie hem dan effe een nieuwe,  jullie zorgen toch voor die jongens in die de week.... of niet? Tegen zijn zoon. “Je gaat nooit meer met dat zootje mee, je gaat maar werken “de volgende keer dan weet ik zeker dat  je wat verdient,.  Frans’ leeftijd? 10 jaar.........Hij kwam gepakt en bezakt in de tour en had van alles bij zich tot kompas en thermosfles toe. Hij bezat een prachtig luchtbed en ging heel vriendelijk en prettig met de anderen om De laatste dag lag hij onder een oud dekentje op de harde vloer in Wychen Hij had zijn hele hebben en houden uitgeleend. Ome Joop vond hem maar een rare snuiter en zei dat er later niet veel van hem terecht zou komen als hij alles maar  weg bleef  geven. Glunderend kwam het  boerensnuitje van de jongen boven het dekentje uit “ Later word ik  toch lekker priester.  s’Nachts heeft ie geslapen op de losse zittingen van een Volkswagen busje en de andere morgen verzocht de tourleider hem om voor het broodmaal staande voor de troep keihard het Onze Vader te bidden, hetgeen hij deed met de trots en de eenvoud van een echte priester. Hij is nog een tour meegegaan en daarin noemde de jongens hem de “pastoor” en dat vond hij het fijnste van de tour. Elke avond zocht hij een kerk op om er te bidden  voor ieders welzijn. Nu  is hij missionaris in Afrika.